Veilig(er) online (2): Christen en internet

Hoe moet je als christen met internet omgaan? Daar gaat dit artikel over. Gaat het dan ook over jou en/of je kind? Dat is van allergrootst belang om te weten. In de eerste plaats omdat je zonder Christus in de meest hopeloze toestand verkeert, zonder Hem ga je voor eeuwig verloren.
Daarna is het ook voor ons onderwerp van groot belang. Ben je een ‘echte’ christen of niet? Zijn je kinderen ‘echte’ christenen? Ben jij en zijn zij wedergeboren door de Heilige Geest? Omdat dit niet vanzelf spreekt kunnen we er dus ook niet zomaar vanuit gaan dat jij of je kind als christen omgaat met internet. En dat is een belangrijke constatering. Want als je niet wedergeboren bent word je geregeerd door de duivel en leef je naar de zondige begeerten van je hart. Dat is confronterende maar duidelijk Bijbelse taal. In Genesis 6 kijkt God vanuit de hemel op de aarde neer en concludeert dat al het denken van de mens en al de gedachten van zijn hart één en al verkeerdheid is. Dát is zo’n 4500 jaar later niet veranderd. Me dunkt dat het geen toelichting nodig heeft dat internet in de handen van een God-loos mens een gruwelijk instrument is. Als je een pyromaan lucifers geeft hoef je je niet af te vragen wat hij er mee gaat doen…

Maar als je de Heere kennen mag? Vormt internet dán nog een gevaar? De belangrijke en naar mijn mening Bijbelse stelling die ik op deze website verdedig en van groot belang hecht als voorwaarde voor een bloeiend geestelijk leven, is dat ik meen van wel. Als christen moeten we zorgen voor een veilige(re) internetomgeving die bijdraagt aan een beschutte bedding waarbinnen de Geest Zijn werk kan doen.

Als gelovige kun je hiermee worstelen. Ik geloof toch in Jezus? Ik heb toch de gave van de Heilige Geest ontvangen? Ik word toch door de Geest van Christus geregeerd en vanuit de kracht die Hij mij geeft moet ik de verleidingen van internet toch kunnen weerstaan? Maar helaas, zo moet je toegeven, merk ik meer dan eens dat het tóch niet lukt, terwijl het anderen (naar het schijnt), wél lijkt te lukken. En iedere keer weer treedt er lauwheid op in mijn geestelijke leven. Waarom toch? Hoe kan dat toch?!

Hoe dit kan, en waarom wij dus moeten zorgen voor een veilige(re) internetomgeving wil ik aantonen aan de hand van drie stellingen:

1. Ik raak mijn oude ik pas kwijt als ik sterf
Het is hier niet de plek voor een uitvoerige exegese. Ik volsta met de vaststelling dat het Nieuwe Testament tal van teksten biedt die bovenstaande waarheid ondersteunen. Zéker, in Christus is de mens een nieuwe schepping, wat een wonder! Maar dat betekent niet dat al je zondige begeerten definitief het zwijgen zijn opgelegd. Was het maar waar! Eén van de vele Bijbelgedeelten die deze waarheid onderwijzen is Romeinen 7. De gelovige Paulus zegt daar dat hij ernaar verlangt God te dienen maar dat hij een bepaalde wetmatigheid in zichzelf waarneemt: Er zijn zondige verlangens in hem overgebleven die tegen de goede verlangens strijden. Als hij het goede wil doen, ligt het verkeerde altijd dichtbij.

Er is dus in het leven van de gelovige sprake van een strijd tussen het ‘zondige vlees’, die de overhand wil krijgen, én de ‘levend gemaakte geest’. Dat deze strijd in een christenleven aanwezig is blijkt ook uit de Bijbelverzen waarin Paulus christenen keer op keer aanspoort om door de Geest de werkingen van het vlees te doden (Rom 6:12; 8:13). Zonder strijd was deze aansporing immers overbodig geweest. Kortom, ook al mag je de Heere kennen, zondige verlangens zijn én blijven er dus tot je laatste snik. Dat is de eerste belangrijke constatering.

2) Internet verleidt op de zwakste momenten
Het bijzondere en tegelijk problematische aan internet is dat het nagenoeg alles op ieder moment en op iedere plaats mogelijk maakt. Dit is werkelijk een revolutie in de wereldgeschiedenis. In bijna iedere behoefte die in een opwelling naar boven komt is direct en gemakkelijk te voorzien. Dit geldt dus ook voor zondige begeerten. Het is belangrijk dat deze eigenschap van onmiddellijke beschikbaarheid tot ons doordringt. Nog niet zo lang geleden was het vanwege allerlei beperkingen onmogelijk was om meteen aan je behoeften te voldoen. Je was gebonden aan tijd en plaats. En dan waren daar nog de priemende ogen van je omgeving. Je moest er tijd en energie in steken om datgene wat je wilde ook daadwerkelijk te doen. Het vroeg, groot of klein, een offer. En was dat het waard? En omdat je moest wachten totdat je je wens in vervulling kon laten gaan, was er een noodgedwongen wachttijd waarin je je voornemen nog eens kon overwegen. Is het eigenlijk wel goed wat ik wil? Moet ik hier wel mee doorgaan?

Voor heel veel dingen is dat nu verleden tijd. Met de komst van internet is de vervulling van onze behoefte meteen en zonder moeite voorhanden. ‘Meteen’ betekent hierbij ook het volgende: Op onze zwakste momenten, in het vuur van de begeerte, waarin de reflectie op ons handelen heel wat te wensen overlaat, of zelfs afwezig is.

Het kan niet anders of bovenstaande heeft tot gevolg dat zondige begeerten sneller resulteren in dadelijke zonde waardoor je dieper verstrikt raakt in het web van het kwaad.

3) Ik ben alleen gelukkig in gemeenschap met Christus
De derde stelling heeft de minste toelichting nodig want iedere gelovige zal dit beamen. Een gelovige is alleen gelukkig wanneer hij of zij God gehoorzaamd en Jezus volgt. Het geluk van de gelovige is gelegen ín de gemeenschap met Christus. Christus Zélf is je vreugde. En het is je verlangen en roeping om Hem, die voor jouw zonden gestorven is aan het kruis, te verheerlijken. Zijn Naam moet eeuwig de eer ontvangen! Een christen kent echter ook de keerzijde. Wie toegeeft aan zondige begeerten bedroeft de Heilige Geest en ondervindt keer op keer tijden van geestelijke lauwheid. Voor een kind van God zijn dit de meest vreselijke tijden. Je maakt mee wat David omschrijft in Psalm 51. Je hebt gezondigd tegen God, Zijn eer geschonden en mist de gemeenschap met Hem. Je ondervindt geen vreugde in het geestelijke leven en je bent een krachteloos instrument (2 Tim 2:21). Hoewel gered, toch doffe ellende.

Conclusie
Wat een genade wanneer God het verlangen in je hart heeft uitgestort om Jezus te volgen. Wat kan dat verlangen groot zijn! Soms zó groot dat ik me niet kan voorstellen dat ik ooit nog zondigen zou. En toch, de Bijbel leert mij, en mijn ervaring bevestigt dit, dat ik zwak blijf in mijzelf. Mijn oude natuur kleeft mij aan tot de dood. Iedere keer zijn er weer die momenten van zwakheid. Telkens val ik weer, met alle vervelende gevolgen van dien. Koste wat kost wil ik dit voorkomen! En daarom moet ik leren iedere dag te leven uit Christus, te zien op Hem. Dat allereerst en dat vooral. Tegelijkertijd rust er ook de verantwoordelijkheid op mij om ervoor te zorgen dat wanneer zwakke momenten komen ik mij niet aan de unieke verleiding die er van internet uitgaat bloot stel, om in de gemeenschap met Christus te blijven. Ik denk aan die vrouw die tegen mij zei: “Dominee, ik ben zo bang voor de zonde.” Waarom? Omdat zij God geen verdriet wilde doen en de Heilige Geest niet wilde bedroeven.

Kunstmatig
Voor sommigen kan dit kunstmatig aanvoelen. Is dat nou de weg? Verwachten we dan niet te weinig van de Geest? Ik ken en begrijp die worsteling. En zeker, God schenkt door Zijn Geest een nieuw verlangen. Toch zien we de vermeende tegenstrijdigheid tussen leven uit de Geest en je afzijdig houden van verleiding, in de Bijbel niet terug. De gelovige leeft uit Christus en door Zijn Geest, maar Paulus roept Timotheüs ook heel praktisch en concreet op om weg te vluchten van verkeerde begeerten (2 Tim. 3). In Openbaring 18:4 roept de Heere ons op om Babylon te verlaten: “Ga uit van haar, Mijn volk, opdat u aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat u van haar plagen niet ontvangt.” “Als je oog je ergert”, je tot zonde verleidt, zegt de Heere Jezus, “ruk het dan uit”! Leven uit de Geest gaat dus samen met concrete en praktische maatregelen van onthouding. Dat laatste doe je niet als vervanging van de Geest, dat zou niet goed zijn, maar voor de momenten dat je zwak bent. Zou dat het ook niet kunnen zijn wat mensen tegenhoudt om te zorgen voor een veilige internetomgeving? Ik moet er (publiekelijk) voor uitkomen dat ik in mijzelf zwak ben…

Vruchtbaar levensklimaat
Internet heeft niet op iedereen evenveel vat. In die zin is mijn aanbeveling om te zorgen voor een veilige(re) internetomgeving geen ‘one size fits all’. Verschillende factoren, zoals interesse en affiniteit met digitale apparaten spelen hierbij een rol. En de specifieke verleidingen waar je gevoelig voor bent zijn heel verschillend. Tegelijk geldt het hierboven beschreven (zwakke) mensbeeld voor ons allemaal, niemand uitgezonderd. Het komt er op aan dat we onszelf op dit punt eerlijk onderzoeken. Ik ben ervan overtuigd dat een veilige(re) internetomgeving voor (heel) veel christenen een belangrijk, om niet te zeggen noodzakelijk hulpmiddel is om te komen tot een vruchtbaar gezuiverd levensklimaat. Wat is dat een vruchtbaar levensklimaat? Het is geen tovermiddel, laat dat duidelijk zijn, alleen de Geest geeft leven. Het wil slechts een ruimte zijn waarbinnen de Heilige Geest niet tegengestaan wordt maar zegenrijk werken kan. Het houdt in dat je je levensakker niet langer laat besproeien met gif dat de werking van zaad en regen tegenstaat. Bloemen kunnen daardoor werkelijk opbloeien en vrucht dragen. Hoe heerlijk is dat!

Bemoediging
Velen weten dat een veilige(re) internetomgeving een uitkomst voor hen zou zijn. Simpelweg omdat zij de verleidingen van internet keer op keer niet kunnen weerstaan wat er toe leidt dat zij zich in geestelijke zin een verschrompelt plantje voelen, net als de dichter van Psalm 32: “Mijn sap werd veranderd in zomerdroogten.” Toch nemen geen zij geen afstand. Tegen hen wil ik zeggen: Beste broeder, zuster, je weet dat je geluk niet ligt in wat op internet te vinden is. Levensvreugde vind je alleen in een leven geleidt door de Geest van God, dichtbij het Vaderhart. Dat leven, waarin je geestelijk opbloeit en geniet en de Heere verheerlijkt wordt, gun ik je van harte en je Zaligmaker heeft daar recht op. Snij de verleiding die je keer op keer hindert in het dienen van Hem uit je leven weg, tot Zijn eer (Mt 5:29).